{ "type": "page", "identifier": "page_40181240", "title": "Landelijke aanpak meten stalemissies", "navtitle": "", "url": "/nl/integraalaanpakken/landelijke-aanpak-meten-stalemissies.htm", "language": "nl_NL", "languages": [{ "id": 43, "value": "dutch", "locale": "nl_NL", "title": "Landelijke aanpak meten stalemissies", "url": "/nl/integraalaanpakken/landelijke-aanpak-meten-stalemissies.htm" }], "metadata" : {"gkn_pagemetadata": { "page_type": { "id": "content_page", "name": "Contentpagina" }, "headerimage": {"error": "no image selected"}, "startpaginalabel": {"id": ""}, "startpage_title": "", "shownavigation": false, "searchidentifier": "", "placeholderzoekbox": "", "lead": "De landelijke aanpak meten van stalemissies vindt plaats via onder meer het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS). Het NKS heeft als doel de stikstofmetingen en -berekeningen te verbeteren. Het spoor ‘bedrijfsspecifiek meten’ is een van de vijf sporen van dit programma. Het spoort is specifiek gericht op het nauwkeurig meten van emissies in de veehouderij met behulp van emissiemonitoringsystemen." }} , "sections": [ { "identifier": "pagesection_18594630", "title": "Natuurinclusieve landbouw Configuratie", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18594630&tsobjectid=18594630" }, { "identifier": "pagesection_18594578", "title": "Natuurinclusieve landbouw Footer", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18594578&tsobjectid=18594578" }, { "identifier": "pagesection_18594610", "title": "Natuurinclusieve landbouw Footer legal", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18594610&tsobjectid=18594610" }, { "identifier": "pagesection_18594649", "title": "Natuurinclusieve landbouw Menu", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18594649&tsobjectid=18594649" } ], "contents": [ { "area": "main", "title": "", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Drie niveaus<\/h2>

Het Nationaal Kennisprogramma Stikstof<\/a> onderscheidt drie niveaus van bedrijfsspecifieke metingen:<\/p>

  1. Informeren<\/strong> van de veehouder: de veehouder gebruikt de metingen om een indicatie te krijgen van de concentraties en emissies. Dit voor het eigen inzicht. Op basis daarvan kan een veehouder de emissies en de eventuele impact van genomen maatregelen op het eigen bedrijf vergelijken met landelijke meetresultaten en de emissiefactoren. Tevens kan een veehouder nieuwe (management)maatregelen nemen om de emissies te verlagen.<\/li>
  2. Stimuleren<\/strong> van de veehouder: als een veehouder lage emissies heeft op het bedrijf, kan dit zichtbaar worden gemaakt. Lage emissies kunnen een extra motivatie zijn voor afnemers om een bepaald product te kopen en zorgen idealiter voor een extra beloning uit de markt aan de veehouder . Het inzichtelijk maken en stimuleren van goede prestaties op het gebied van emissies kan worden gedaan via verschillende aanpakken, zoals met Kritische Prestatie Indicatoren (KPI-aanpak), een eco-regeling, doormiddel van een keurmerk of door het vermarkten van het product met een duurzaamheidsclaim door de verwerker van landbouwproducten.<\/li>
  3. Borgen<\/strong> van de emissies. de veehouder gebruikt op dit niveau de continue metingen om aan te tonen dat wordt voldaan aan doelvoorschriften<\/strong>: met de meetdata kan de veehouder aantonen dat het bedrijf voldoet aan specifieke doelvoorschriften voor emissies in de vergunning. Indien een veehouderijbedrijf niet voldoet aan de doelvoorschriften, dan dienen de continue metingen om de effecten van een verbetertraject te borgen.<\/li><\/ol>

    Elk niveau heeft zijn eigen uitdagingen, wat ook betekent dat er verschillende eisen zijn aan de stalmeetmethoden, meetnauwkeurigheid, het gebruik van data en uitwisselen van data en de (juridische) borging van de metingen. Daarnaast is het van belang dat er ervaring wordt opgedaan met continu meten voor verschillende diercategorieën.<\/p>

    Daarnaast valt de landelijke aanpak ook onder het nog op te richten Regieorgaan Versnellen innovatie emissiereductie duurzame veehouderij (hierna: Regieorgaan), in de vorm van een taakgroep sensor- en datasystemen. Het doel van het Regieorgaan is het ontwikkelen van doorbraakinnovaties in de veehouderij en te adviseren over een regelgeving- en toetsingssysteem voor doelsturing op emissies met een borgingssystematiek onder andere op basis van sensor- en datasystemen. De taakgroep heeft als taak het begeleiden van de ontwikkeling van een systematiek om bedrijfsspecifiek ammoniak- en broeikasgasemissies van stallen continu te kunnen meten. Voor fijnstof en geur wordt de ontwikkeling van sensoren ook meegenomen.<\/p>

    De landelijke aanpak is beschreven in de Kamerbrief ‘Toekomst bevorderen innovatie van emissiearme stalsystemen van 25 november 2022’<\/a><\/ins><\/ins><\/ins><\/del><\/p>

    Gebruik sensoren in meetprotocollen<\/h2>

    De meetprotocollen voor ammoniak-, geur-, methaan- en fijnstofemissies die op dit moment worden gebruikt om een emissiefactor te bepalen voor een stalsysteem of- techniek zijn prijzig, kosten veel tijd en staan onder druk. De emissiefactoren worden in twijfel getrokken vanwege de grote spreiding van de werkelijke emissies bij toepassing van de staltechniek op veehouderijbedrijven. De genoemde punten betekenen dat de meetprotocollen voor de verschillende typen emissiefactoren worden momenteel herzien, waarbij het de bedoeling is tot één emissiefactorenprotocol te komen. In het nieuwe emissiefactorenprotocol zullen continue ammoniakmetingen waarschijnlijk ook worden toegevoegd aan de voorgeschreven werkwijze.<\/p>

    Voor het werken met doelvoorschriften in de vergunning zal er nog een nieuw protocol opgesteld moeten worden, dat er specifiek voor is of de veehouder onder een gesteld emissieplafond blijft. Dit protocol gaat het emissiemonitoringsprotocol heten. Mocht een veehouder het emissieplafond overschrijden, kunnen de emissies door middel van vooraf vastgestelde maatregelen teruggedrongen worden om onder het plafond te blijven. Zo wordt er voor de natuur in het nieuwe stelsel ook meer zekerheid gecreëerd. <\/p>" } ] } ] }