{ "type": "mediaitem", "identifier": "mediaitem_687850", "subtype": "wmammodularcontent_gkn_dossier", "title": "Monitoring van Weidevogels", "navtitle": "", "url": "/nl/groenkennisnet/nieuwsitem/monitoring-van-weidevogels.htm", "language": "nl_NL", "sections": [ { "identifier": "pagesection_18334988", "title": "GKN Configuratie", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334988&tsobjectid=18334988" }, { "identifier": "pagesection_18335139", "title": "GKN Menu", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18335139&tsobjectid=18335139" }, { "identifier": "pagesection_18334944", "title": "GKN Footer logo's", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334944&tsobjectid=18334944" }, { "identifier": "pagesection_18334966", "title": "GKN Footer", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334966&tsobjectid=18334966" }, { "identifier": "pagesection_18335177", "title": "GKN Footer legal", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18335177&tsobjectid=18335177" } ], "metadata" : { "id": 687850, "identifier": "mediaitem_687850", "contenttype": "wmammodularcontent_gkn_dossier", "contenttype_title": "contenttype_wmammodularcontent_gkn_dossier", "url": "/nl/groenkennisnet/nieuwsitem/monitoring-van-weidevogels.htm", "title": "Monitoring van Weidevogels", "lead": "Weidevogelbeleid én weidevogelbeheer draait elk jaar opnieuw om het vliegvlug krijgen van voldoende kuikens van weidevogels. Daarvoor moet je weten hoe het gaat met de stand van een vogelsoort in een gebied. Ook moet je goed in kaart kunnen brengen waar de weidevogels broeden en foerageren en waar ook de kuikens uiteindelijk vliegvlug worden. Welke data je paraat moet hebben en hoe je deze het beste kan verzamelen, is afhankelijk van het doel waarvoor je het gebruikt: aanpassingen in het weidevogelbeheer, vernieuwen van de afspraken met boeren of aanpassingen in het beleid\n\nIn dit dossier kun je lezen wat beleids- en beheermonitoring inhouden en hoe je dit kunt gebruiken voor het optimaliseren van het weidevogelbeheer.", "leadimage": { "source": "https://api.groenkennisnet.nl/upload_mm/3/a/5/687859_fullimage_scholekster.jpg", "width": 866, "height": 577, "focuspoint-x": -1, "focuspoint-y": -1, "alternative_text": "Scholekster", "photographer": "Annemarie Loof", "photographer_hyperlink": "", "photo_license": "", "photo_license_hyperlink": "", "source_info": "", "source_info_hyperlink": "", "keywords": [ "veld", "scholekster", "weidevogel", "gras" ] }, "publication_date": "2022-12-15T10:00+02:00", "lastmodified_date": "2023-02-07T12:25+02:00", "expiration_date": "", "tags": [ "Dutch", "gkn_home", "gkn_leefomgeving", "gkn_melkveehouderij", "gkn_boerenlandvogels", "Dossier", "gkn_terreinbeheer", "gkn_biodiversiteit" ], "copyright": "", "external_id": "", "item_metadata": { "contentsubtype": "Dossier", "theme": [ "gkn_biodiversiteit", "gkn_boerenlandvogels", "gkn_home", "gkn_leefomgeving", "gkn_terreinbeheer", "gkn_melkveehouderij" ], "keywords": [], "video_header": "", "gkn_organization": { "title": "Kennisportaal Boerenlandvogels", "url": "/nl/groenkennisnet/nieuwsitem/kennisportaal-boerenlandvogels.htm" }, "contactperson": { "title": "Redactie Kennisportaal Boerenlandvogels", "url": "/nl/groenkennisnet/persoon/redactie-kennisportaal-boerenlandvogels.htm" }, "experts": [], "link_extra_image": "", "last_update": "" } }, "contents": [ { "area": "beleidsmonitoring", "title": "Beleidsmonitoring ", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": false,"contentarea_leadtext": "Beleidsmonitoring heeft twee doelen (Vogel et al., 2021). Ten eerste het volgen van de ontwikkeling van het aantal vogels en de verspreiding van die vogels in een gebied met agrarisch natuur- en landschapsbeeher (ANLb). Ten tweede het meten het vergelijken van deze resultaten met gebieden zonder ANLb. De tellingen worden gedaan door opgeleide vrijwilligers vanuit Sovon Vogelonderzoek Nederland in opdracht van de Provincies. Beleidsmonitoring gebeurt dan ook op landelijk en provinciaal niveau.



", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Door agrarische gebieden met minimaal 10% ANLb en agrarische gebieden zonder ANLb met elkaar te vergelijken wordt dit onderzocht. De tellingen worden gedaan door opgeleide vrijwilligers vanuit Sovon Vogelonderzoek Nederland in opdracht van de Provincies. Het doel van beleidsmonitoring is het meten van de ecologische effectiviteit van het ANLb in een gebied. Als we het over weidevogels hebben, is hierbij de onderzoeksvraag of de weidevogels voldoende geholpen worden met het ANLb in een bepaald gebied.<\/p>" } , { "identifier": "element_33036197", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "1192793", "1184284" ] } } ] }, { "area": "beheermonitoring", "title": "Beheermonitoring ", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": true,"contentarea_leadtext": "Waar beleidsmonitoring als voornaamste doel het meten van het effect van het ANLb op de weidedevogels heeft, heeft de beheermonitoring als doel om het agrarisch natuurbeheer zo goed mogelijk af te stemmen op de aanwezigheid en het gedrag van de weidevogels in een gebied. Ook geven de uitslagen van beheermonitoring informatie over of het uitgevoerde beheer tot de gewenste beheerresultaten leidt en hoe het verder kan worden geoptimaliseerd. De agrarische collectieven zijn verantwoordelijk voor de beheermonitoring.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Beheermonitoring van weidevogels wordt net als beleidsmonitoring door opgeleide vogelaars gedaan. Gedurende het weidevogelseizoen worden er meerdere tellingen uitgevoerd en ingevoerd in een registratiesysteem, bijvoorbeeld de boerenlandvogelmonitor. Het monitoren van nesten en kuikens wordt minimaal twee keer per weidevogelseizoen gedaan, in de vestigingsfase en in de kuikenfase. Bij voorkeur gebeurt dit nog vaker omdat het soms lastig is om kuikens te kunnen identificeren in het veld. Kuikens worden geïdentificeerd aan de hand van het gedrag van de oudervogel en niet elke weidevogelsoort laat dit goed zien. Over het algemeen geldt: hoe vaker de vogels worden gemonitord, hoe beter het beeld dat je krijgt. Het is hierbij wel van belang om een goede afweging te maken tussen monitoren en het met rust laten van de vogels.<\/p>

Na het invoeren van de resultaten van de monitoring, wordt er een stippenkaart (zie figuur 1) gemaakt waarop te zien is waar de nesten en/of kuikens zitten in het gebied. Aan de hand hiervan kan gedurende het seizoen met het beheer ingespeeld worden op waar de vogels zitten. Op percelen waar nog vogels met kuikens zitten kan in juni het beheer worden opgeschaald of last-minute beheer worden toegepast. Door aan het eind van het jaar deze stippenkaart te vergelijken met het beheer in het gebied kan besloten worden om het beheer aan te passen. Zo wordt jaarlijks geprobeerd het beheer te optimaliseren.<\/p>" } , { "identifier": "element_32934870", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "546890", "432502", "995600", "1192794" ] } } ] }, { "area": "broedsucces", "title": "Broedsucces", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": true,"contentarea_leadtext": "Naast het finetunen van het beheer, is beheermonitoring belangrijk om het broedsucces van de vogels in kaart te brengen. Dit is immers de belangrijkste indicator voor hoe het gaat met vogels in een gebied. Voor het in kaart brengen van het broedsucces wordt gebruik gemaakt van “Brutto territoriaal succes“ (BTS) tellingen. Hierbij wordt het aantal broedparen in het gebied geteld. Vervolgens wordt er in de kuikenperiode gekeken naar het aantal alarmerende ouders. Zo wordt bepaald welk deel van de nesten tot vliegvlugge kuikens heeft geleid.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Het inschatten van de kuikenoverleving kan beter worden ingeschat wanneer ook het beheer van het gebied in acht wordt genomen. Wanneer er in een gebied met kuikens te vroeg gemaaid wordt en er geen of te weinig percelen waar de kuikens kunnen schuilen, dan is de kans groot dat de kuikens het niet overleven. Door dit gegeven mee te nemen kan de kuikenoverleving in een gebied beter worden ingeschat, dit wordt door Kuiper (2022) BTS+ genoemd. Een andere gebruikte methode voor het monitoren van kuikenoverleving is het ringen van een deel van de kuikens en vervolgens het tellen van deze geringde vogels op verzamelplaatsen van jonge vogels (Schekkerman et al., 2021).<\/p>" } , { "identifier": "element_33036308", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "1056665", "1184284" ] } } ] }, { "area": "vertalingnaarhetweidevogelbeheer", "title": "Vertaling naar het weidevogelbeheer ", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": false,"contentarea_leadtext": "Beleidsmonitoring is vooral belangrijk voor het meten van het effect van agrarisch natuurbeheer. Zo kunnen de uitslagen hiervan wat zeggen over of het huidige beheer voldoende effect heeft en of het beheer op de goede plek ligt. Mogelijke uitkomsten kunnen dan zijn dat het gebied met weidevogelbeheer groter moet worden of dat het beheer verzwaard moet worden. Bijvoorbeeld dat er in plaats van alleen het beschermen van de nesten ook bescherming van de kuikens nodig is.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Beheermonitoring is onmisbaar bij het evalueren en aanpassen van het weidevogelbeheer in een gebied. Bijvoorbeeld, wanneer er veel kuikens in een gebied lopen moet het maaien worden uitgesteld of moeten de kuikens uitwijkmogelijkheden hebben. Kuikenland is hiervoor een mooi beheerpakket omdat het boeren een vergoeding biedt om grasland niet te maaien in de tijd dat er kuikens lopen. Extensief beweiden kan ook als last-minute maatregel worden ingezet om de kuikens te helpen door het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het gewas (Faber, 2022). Op deze manier kan het weidevogelbeheer tijdens het seizoen worden verbeterd op basis van waar de weidevogelkuikens zitten.<\/p>

Ook voor het beheer op de langere termijn is goede monitoring belangrijk. Zo kunnen in het volgende seizoen maatregelen genomen die de weidevogelkuikens helpen. Hierbij kan gedacht worden aan het inzetten van structuurrijk kruidenrijk grasland, het stopzetten van voorjaarsbemesting en/of het inzetten van voorbeweiding. Hierdoor wordt het gebied steeds meer geschikt voor de weidevogels. Goede samenwerking met boeren is hierbij natuurlijk van belang. Het flexibel kunnen zijn met het inzetten van beheerspakketten met vergoedingen voor maatregelen is hierbij gunstig. Monitoring is dus belangrijk voor het aanpassen en verbeteren van het beheer en daarnaast kan het voor de deelnemende boeren ook heel motiverend werken om te weten waar je de inspanning voor verricht.<\/p>" } , { "identifier": "element_32934773", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "1005916", "546658", "1192795" ] } } ] }, { "area": "bronnenlijst", "title": "Bronnenlijst", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": true,"contentarea_leadtext": "De volgende bronnen zijn gebruikt in deze tekst:", "elements": [ { "type": "text", "html": "