{ "type": "mediaitem", "identifier": "mediaitem_712568", "subtype": "wmammodularcontent_gkn_dossier", "title": "Dierziekten", "navtitle": "", "url": "/nl/diervizier/dossier/dierziekten-dossier.htm", "language": "nl_NL", "sections": [ { "identifier": "pagesection_18334988", "title": "GKN Configuratie", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334988&tsobjectid=18334988" }, { "identifier": "pagesection_18335139", "title": "GKN Menu", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18335139&tsobjectid=18335139" }, { "identifier": "pagesection_18334944", "title": "GKN Footer logo's", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334944&tsobjectid=18334944" }, { "identifier": "pagesection_18334966", "title": "GKN Footer", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18334966&tsobjectid=18334966" }, { "identifier": "pagesection_18335177", "title": "GKN Footer legal", "link": "/nl/groenkennisnet/paginasectie.htm?pagesectionid=18335177&tsobjectid=18335177" } ], "metadata" : { "id": 712568, "identifier": "mediaitem_712568", "contenttype": "wmammodularcontent_gkn_dossier", "contenttype_title": "contenttype_wmammodularcontent_gkn_dossier", "url": "/nl/diervizier/dossier/dierziekten-dossier.htm", "title": "Dierziekten", "lead": "Nederland moet als dichtbevolkt land met veel dieren alert zijn op nieuwe en bestaande ziekten die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen, en andersom. Zulke ziekten noemen we zoönosen. Voorbeelden zijn Q-koorts en vogelgriep.", "leadimage": { "source": "https://api.groenkennisnet.nl/upload_mm/3/7/9/712572_fullimage_aaien-geitje-1.jpg", "width": 1280, "height": 720, "focuspoint-x": -1, "focuspoint-y": -1, "alternative_text": "Geit - ©Iris Hamelmann via Pixabay", "photographer": "Iris Hamelmann", "photographer_hyperlink": "", "photo_license": "Pixabay", "photo_license_hyperlink": "", "source_info": "", "source_info_hyperlink": "", "keywords": [ "Geit", "Aaien", "Hand", "Sik", "Kop" ] }, "publication_date": "2023-01-25T10:04+02:00", "lastmodified_date": "2023-02-06T11:43+02:00", "expiration_date": "", "tags": [ "Dutch", "Dossier", "gkn_diervizier" ], "copyright": "", "external_id": "", "item_metadata": { "contentsubtype": "Dossier", "theme": ["gkn_diervizier"], "keywords": [], "video_header": "", "gkn_organization": { "title": "DierVizier", "url": "/nl/groenkennisnet/nieuwsitem/diervizier-1.htm" }, "contactperson": { "title": "Redactie DierVizier", "url": "/nl/groenkennisnet/persoon/redactie-diervizier.htm" }, "experts": [], "link_extra_image": "", "last_update": "2023-02-01T00:00+02:00" } }, "contents": [ { "area": "main", "title": "Main", "elements": [ ] }, { "area": "overditdossier", "title": "Over dit dossier", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": false,"contentarea_leadtext": "In het kader van het nationaal actieplan stelt de overheid onder andere hand­reikingen op om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het meewegen van zoönosenrisico’s bij de inrichting van het landelijk en stedelijk gebied. Een voorbeeld is de vestiging of uitbreiding van veehouderijen.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Andere mogelijkheden die gemeenten hebben om zoönosenrisico’s te verlagen zijn het stimuleren van hygiëne maatregelen bij contact met levende en dode dieren, voorlichting aan burgers en professionals, tegengaan van het bij elkaar brengen van dieren met verschillende herkomst (bijv. dierenbeurzen), en gecoördineerde aanpak voor dierplagen. <\/p>

Hieronder vindt u een aantal issues/­vraagstukken/­voorbeelden van waar een gemeente zoal mee te maken kan krijgen als het gaat om preventie, maatregelen en communicatie omtrent dierziekten/zoönosen. We nodigen u graag uit om vragen en inspirerende voorbeelden met ons te delen: info@diervizier.nl. <\/p>" } ] }, { "area": "onehealth", "title": "One Health", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": true,"contentarea_leadtext": "De coronapandemie heeft laten zien dat een zoönose wereldwijd tot ontwrichtende situaties kan leiden. Het kabinet zet zich daarom in om zo’n situatie in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. In het “Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid” geeft het kabinet aan hoe in de periode 2022 - 2026 het zoönosenbeleid verder wordt versterkt. Het actieplan strekt zich uit over de volle breedte van One Health – een interdisplinaire samenwerking om gezondheid en welzijn van mensen, dieren en leefomgeving te verbeteren.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Nederland kent vanaf 2011 een geïntegreerde humaanveterinaire risicostructuur met een structurele samenwerking tussen alle betrokken partijen. Binnen deze zoönosenstructuur<\/a> is het Signaleringsoverleg Zoönosen ingericht. In dit maandelijkse overleg onder voorzitterschap van het RIVM beoordelen One Health deskundigen op gestructureerde wijze regionale, landelijke en internationale signalen van mogelijk zoönotische aard. Het Signaleringsoverleg bestaat behalve uit het RIVM, uit de faculteit Diergeneeskunde (FD), gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD), de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), Wageningen Bioveterinary Research (WBVR), het Dutch Wildlife Health Center (DWHC) en de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).<\/p>

Om snel te kunnen handelen bij dierziektes met gevaar voor de volksgezondheid zijn er regels voor de identificatie en registratie (I&R) van dieren. Zo moeten runderen, varkens, schapen, geiten, paardachtigen, maar ook honden geregistreerd worden. Ook als ze als hobby worden gehouden. Ze krijgen hiertoe bijvoorbeeld een (oor)merk of chip.<\/p>

Bron foto: Omslag Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid (©Rijksoverheid)<\/em><\/p>" } , { "identifier": "element_32749789", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "1167612", "1191152", "1191157", "1191159", "1191153", "1191154", "69775", "1191160", "1057820" ] } } ] }, { "area": "meldingsplicht", "title": "Meldingsplicht", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": false,"contentarea_leadtext": "In de Europese diergezondheidsverordening staat welke dierziekten door lidstaten bestreden moeten worden. Het voorkomen en bestrijden van dierziekten valt namelijk onder deze verordening. Zo is de aanpak in alle lidstaten van de Europese Unie zoveel mogelijk hetzelfde. Daarnaast heeft het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in de Wet dieren nog extra dierziekten en diersoorten aangewezen die meldingsplichtig zijn, aanvullend op de Europese Diergezondheidsverordening. Sommige dierziekten zijn vanwege hun ernst naast aangifteplichtig ook bestrijdingsplichtig. Hiervoor wordt met verschillende nationale beleidsdraaiboeken gewerkt.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Een dierziekte wordt als besmettelijke dierziekte aangewezen indien zij zich snel uitbreidt, ernstige schade brengt aan de betrokken diersoort, niet voldoende afneemt met normale bestrijdingsmiddelen, een gevaar vormt voor de volksgezondheid of volgens internationale afspraken bestreden wordt (Wet dieren, artikel 5.3 ‘Aanwijzing dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen’).<\/p>

Een melding moet gedaan worden bij de NVWA en de meldingsplicht geldt voor dierhouders en dierenartsen. Hierbij is reeds de verdenking van een besmettelijke dierziekte meldingsplichtig. Ook medewerkers van veterinaire laboratoria zijn verplicht de diagnose van een meldingsplichtige dierziekte te melden. Voor sommige dierziekten geldt een meldingsplicht uitsluitend voor dierenartsen en laboratoria. <\/p>

De NVWA meldt verdenkingen en bevestigingen van besmettelijke dierziekten aan de burgemeester van de gemeente waarin de dieren in kwestie worden gehouden. Meestal gaat het over een veehouderij maar het kan ook een particulier met een ziek gezelschapsdier zijn. Wanneer de ziekte een zoönose is, wordt ook de GGD op de hoogte gesteld.<\/p>

In de beleidsdraaiboeken staat per dierziekte wat er moet gebeuren om een dierziekte te bestrijden en wie dat moet doen. Zo kan een land gebieden instellen waar een vervoersbeperking geldt. Of besluiten om besmette dieren te doden. Taak van de betrokken gemeente is om hier medewerking aan te verlenen, zoals aan het plaatsen en het weer verwijderen van waarschuwingsborden en kentekenen (Wet dieren, Artikel 5.8 ‘Medewerking burgemeesters’).<\/p>

Bron foto: Vervoersverbod (©Hielke Boorsma via Flickr)<\/em><\/p>" } , { "identifier": "element_32712832", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "862088", "1059924", "1191155", "1191161", "1191162" ] } } ] }, { "area": "veehouderijengezondheidomwonenden", "title": "Veehouderij en gezondheid omwonenden", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": true,"contentarea_leadtext": "Gemeenten en provincies zijn het bevoegd gezag - omgevingsvergunning, toezicht en handhaving – voor het verlenen van vergunningen voor nieuwbouw en uitbreiding van bijvoorbeeld veehouderijen. Voor het laten zien wat decentrale overheden kunnen doen om mogelijke gezondheidsrisico’s van veehouderijen mee te wegen in de besluitvorming is de ‘Handreiking veehouderij en gezondheid omwonenden’ beschikbaar. Deze is door Kenniscentrum InfoMil opgesteld. ", "elements": [ { "type": "text", "html": "

Gemeenten en provincies kunnen om allerlei redenen beleid voeren op gebied van veehouderij en ruimtelijke ordening. Bijvoorbeeld om verduurzaming te stimuleren en/of te voldoen aan fijnstofnormen, geurnormen, geluidsnormen, verkeersaspecten, natuurbeleid en landschapsbeleid. Gezondheidsaspecten kunnen daar (al dan niet expliciet) onderdeel van uitmaken. Naar verwachting treedt in 2024 de Omgevingswet in werking. Deze wet geeft gemeenten en andere bevoegde gezagen een verantwoordelijkheid voor het meewegen van een gezonde leefomgeving.<\/p>

Het biedt voordelen om in beleid vast te leggen welke uitgangspunten het bevoegd gezag hanteert bij het afwegen van gezondheidsrisico’s voor omwonenden en passende maatregelen. Dit schept duidelijkheid naar veehouders en omwonenden, en helpt bij de motivering van besluiten.<\/p>

Zeker als besluiten ook op basis van het voorzorgprincipe worden gemotiveerd, is het aan te bevelen om dit in een beleidsvisie te motiveren en te verankeren. Op deze manier kunnen gemeenten en provincies zelf sturen en zelf bepalen wat zij aanvaardbare risico’s vinden. Ze kunnen aansluiten bij de regionale of lokale milieubelasting en beleving van risico’s.<\/p>

Bron foto: Veehouderij (©Siebe Swart via Flickr)<\/em><\/p>" } , { "identifier": "element_32712834", "type": "modularcontent", "gkzindexmanual": { "title": "", "gkz_content_id": [ "1191156", "1051776", "1059925" ] } } ] }, { "area": "communicatieveehouder–omgeving", "title": "Communicatie veehouder–omgeving", "contentarea_template": { "id": "contenttemplate_dossier", "name": "contenttemplate_dossier"},"background": false,"contentarea_leadtext": "Communicatie met de omgeving door de ondernemer met een uitbreidingswens (vergunningaanvrager) is belangrijk. Ook de gemeente kan het initiatief nemen voor de communicatie met de omwonenden en belanghebbenden, bijvoorbeeld bij het vaststellen of wijzigen van het bestemmingsplan. In het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet krijgt communicatie een prominente plek bij bijvoorbeeld het omgevingsplan. Het gaat hierbij niet alleen om tijdige communicatie met belanghebbende, maar ook om participatie.", "elements": [ { "type": "text", "html": "

De Omgevingswet schrijft niet voor in welke vorm communicatie moet plaatsvinden. Reden daarvoor is dat dit sterk afhankelijk is van het type initiatief en de lokale situatie. Bij participatie gaat het er om dat betrokkenen bij de planontwikkeling actief inbreng kunnen leveren in het besluitvormingsproces. De Omgevingswet regelt dat initiatiefnemers inzichtelijk moeten maken hoe belanghebbenden hun inbreng hebben kunnen leveren en hoe er met de inbreng is omgegaan.<\/p>

Hoe en wanneer vindt nu al een 'dialoog' met de omgeving plaats? Enkele voorbeelden:<\/p>